In diverse media zijn artikelen van en over ons verschenen. Hieronder treft u daarvan een overzicht aan. Voor een korte samenvatting klikt u op de titel van de desbetreffende publicatie. Teksten van publicaties kunt u ook bij ons opvragen: Stuur een e-mailtje naar office@dynalaw.nl of gebruik het antwoordformulier dat u vindt onder Meer informatie.
 
 
 
O V E R Z I C H T   V A N   P U B L I C A T I E S
 

T I T E L

M E D I U M

Een pleidooi voor strategisch conflictmanagement als vorm van ADR (alternative dispute resolution) NIEUWSBRIEF ADR CONFLICTHANTERING IN DE PRAKTIJK
oktober 2000, nr 6, ISSN 1387-280X
Interview WAVER
juni 2000, uitgave van WVRconsult te Leidschendam
Interview RABOVISIE
juli 2000, nr 3, uitgave Rabobank
Geneeskunde en geneeskunst
Ingezonden brief.
MEDISCH CONTACT
24 december 1999, 54e jaargang, nr 51/52, ISSN 0025-8245
Advocaat van twee duivels
De 'bemiddeling' van Alexander F. de Savornin Lohman
NIEUWSBRIEF ADR CONFLICTHANTERING IN DE PRAKTIJK
december 1999, 2e jaargang, nummer 10, ISSN 1387-280X
HIV-besmetting en geheimhoudingsplicht
Hoe een gewetensconflict kan worden voorkomen
MEDISCH CONTACT
5 november 1999, 54e jaargang, nr 44, ISSN 0025-8245
Interview
van Rob van ´t Wel
'Uiteindelijk wint het argument altijd'
HET FINANCIEELE DAGBLAD
11 november 1999, in de serie interviews met topcoaches
Checklist Flexibiliteit en Zekerheid
Schematische handleiding voor werkgevers i.v.m. de Wet Flexibiliteit en Zekerheid.
Uitgave in eigen beheer De Savornin Lohman Advocatuur
Recht en respect bij medisch handelen rond het Levenseinde
Het grondrecht op een natuurlijke dood
OPTIES VOOR DE TOEKOMST - Op weg naar een duurzame samenleving, essaybundel uitgegeven ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van de Erasmus Liga, Netherlands Association for the Club of Rome.
Uitgave: Kok Agora Kampen
maart 1998, ISBN 90 391 0746 7
Evenwicht tussen gevoel en verstand
Een effectieve management tool
Informatief artikel over evenwichtig omgaan met conflicten.
SOURCE, tijdschrift voor verantwoord ondernemen, themanummer 'Balans'
maart/april 1998, nr 2, ISSN 1385-2906 (Source is inmiddels opgegaan in het tijdschrift 'Ode')
Interview
van Connie Veul-Lohuis over de dualistische positie van de personeelsfunctionaris
PERSONEELSMANAGEMENT, Actualiteiten en Achtergronden
december 1997, nr 12, ISSN 1383-8954
Interview
van Folkert Schram de Jong m.m.v. Lucienne van der Geld
JUNCTO, onafhankelijk blad van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht
juni 1997, nr 4
La disparition du monopole médical
La légalisation du droit à exercice par les non-médecins aux Pays-Bas
'DE ONDERGANG VAN HET ARTSENMONOPOLIE - Wettelijke erkenning van het beroepsuitoefeningsrecht door niet-medici in Nederland'; opinieartikel over de Wet Beroepen in de individuele gezondheidszorg.
AESCULAPE, revue internationale des médecines non conventionelles
Mars-Avril 1997, No 5, ISSN 1277-5932
Pillen zijn speelbal botsende principes
Strijdigheid van de geneesmiddelenwetgeving met het recht van de patiënt op vrije keus van geneesmiddelen.
NRC HANDELSBLAD
28 december 1996
Met harde sancties moet je voorzichtig zijn
Opinieartikel over sociale zekerheid.
NRC HANDELSBLAD
26 augustus 1996
De positie van alternatieve geneesmiddelen juridisch beschouwd FYTOTHERAPIE NIEUWSBRIEF, juli 1991, nr 13
Nederlandse Vereniging voor Fytotherapie
 
 
S A M E N V A T T I N G E N   E N   C I T A T E N
 

GENEESKUNDE EN GENEESKUNST

Medisch Contact, 24 december 1999, 54e jaargang, nr 51/52, ISSN 0025-8245


De vraag voor de arts moet zijn: 'Hoe krijg ik déze patiënt zo snel en goed mogelijk beter?'. Die vraag gaat veel verder dan: 'Welke techniek moet ik volgens evidence-based richtlijnen op deze patiënt toepassen?'. Bezig zijn met de eerste vraag maakt de arts tot een kunstenaar. De tweede vraag maakt hem tot een steeds perfecter robot van de wetenschap.

 

T E R U G   N A A R   O V E R Z I C H T   P U B L I C A T I E S

 

ADVOCAAT VAN TWEE DUIVELS

Beschrijving van een bemiddelingszaak van Alexander F. de Savornin Lohman

Gepubliceerd in:
Nieuwsbrief ADR Conflicthantering in de Praktijk, december 1999,
2e jaargang, nummer 10, ISSN 1387-280X


Uiteengaan van twee partners die samen in BV-vorm een adviesbureau hadden opgezet. Beiden wilden in dezelfde branche doorgaan, echter op verschillende wijze. De advocaat kreeg een gezamenlijke opdracht van de beide partners om de onderhandelingen te begeleiden.
Drie aspecten waren te regelen: het tijdstip van uiteengaan, de prijs van de aandelen en een concurrentieregeling.
De overnameprijs van de aandelen kwam tot stand nadat de auteur zich in het bijzijn van beide partijen eerst opstelde als advocaat van de ene partij en vervolgens als advocaat van de andere partij. Deze 'sessie' riep heftige emoties op, maar leidde er (mede daardoor) toe dat binnen een half uur overeenstemming bereikt werd over de overnameprijs.
Toen de overnameprijs geregeld was bleek gemakkelijk overeenstemming te realiseren over beide andere punten. Het uiteengaan vond kort nadien feitelijk plaats. Partijen werden het eens over uitbesteding van bureauwerk door de uittredende partner aan het bureau dat de ander alleen voortzette.

De zaak werd binnen zes weken afgehandeld.

 

T E R U G   N A A R   O V E R Z I C H T   P U B L I C A T I E S

 

HIV-BESMETTING EN GEHEIMHOUDINGSPLICHT

Hoe een gewetensconflict kan worden voorkomen

Gepubliceerd in:
Medisch Contact, 5 november 1999, 54e jaargang, nr. 44, ISSN 0025-8245


Zodra de arts verneemt dat zijn patiënt besmet is met het HIV-virus heeft mag hij zich verplicht achten zijn patiënt er (dwingend) op te wijzen hij zijn sexuele partner(s) daarvan op de hoogte stelt en de nodige voorzorgsmaatregelen neemt.
De arts mag van zijn patiënt verlangen dat deze, samen met diens partner, op consult komt om de besmettingsgevaren te bespreken.
Weigert de patiënt een dergelijk consult dan mag de arts dit als vertrouwensbreuk opvatten en mag de arts daaruit de consequenties trekken en zich als arts van de patiënt terugtrekken.
Is de arts tevens de arts is van de partner van de patiënt dan kan hij zich ook jegens die partner als arts terugtrekken. Om zich te verantwoorden is een valide reden dat hij jegens deze patiënten niet meer vrij en onbevangen en zijn beroep kan uitoefenen. De geheimhoudingsplicht verbiedt de arts de partner de redenen van zijn terugtrekken te onthullen. Maar de arts mag wel aan de levenspartner kunnen mededelen dat de partner samen met de besmette patiënt bij hem op consult mag komen.
De arts kan op dit consult aan beiden meedelen:

- dat er een vertrouwensbreuk is ontstaan tussen de besmette patiënt en de arts en
- dat die vertrouwensbreuk tot gevolg heeft dat hij ook geen arts meer kan zijn van de partner en dat zijn geheimhoudingsplicht hem verbiedt nadere toelichting te geven.

De arts kan de levenspartner doorverwijzen naar een vertrouwensarts. Die zal in algemene bewoordingen de levenspartner op het spoor kunnen brengen van mogelijke redenen waarom de arts zich ook jegens de levenspartner terugtrekt.

 

T E R U G   N A A R   O V E R Z I C H T   P U B L I C A T I E S

 

INTERVIEW van Rob van 't Wel

'Uiteindelijk wint het argument altijd'

Gepubliceerd in:
Het Financieele Dagblad, 11 november 1999


Topmanagers mogen op geen enkel gebied fouten maken. Zij spelen hun rol meestal goed, maar zwakheden op detailpunten kunnen hen opbreken kunnen impasses veroorzaken. Die kunnen leiden tot machtsspel en conflicten, die zulke detailzwakheden genadeloos bloot kunnen leggen.
Samenwerking is erop gericht om de sterke kanten van iedereen optimaal te benutten. Machtsspel is erop gericht iemand te laten struikelen op een zwakke kant. Dat laatste gebeurt vaak in de wereld van topmanagement.
Een coach kan helpen om machtsspel om te zetten in samenwerking. Als coach ben ik, naast (juridisch) adviseur, tevens strateeg, regisseur en communicatieadviseur. Meestal staat er drie tot zes maanden voor om orde op zaken te krijgen.
Bij machtsspel wordt puur op de man, op emoties gespeeld. Dit machtsspel kan moordend zijn. Topmanagers staan daar helemaal alleen voor.
Argumentatie, de basis van het beroep van de advocaat, blijkt een machtig instrument te zijn om psychologische oorlogvoering en machtsspel te doorbreken.

 

T E R U G   N A A R   O V E R Z I C H T   P U B L I C A T I E S

 

RECHT EN RESPECT BIJ MEDISCH HANDELEN ROND HET LEVENSEINDE

'Het grondrecht op een natuurlijke dood'

Gepubliceerd in:
Opties voor de toekomst, Uitgave Kok Agora Kampen 1998, p.125-132


Medische ingrepen maken inbreuk op het grondrecht op leven van de patiënt en op diens grondrecht op onaantastbaarheid van lichaam (lichamelijke integriteit). In de fase rond het levenseinde blijken de medische behandelingen regelmatig tot effect te hebben dat de patiënt geforceerd wordt tot voortleven, omdat met behulp van de medische mogelijkheden het leven instandgehouden kan worden. Het zal regelmatig voorkomen dat de patiënt er geen behoefte aan heeft dat zijn leven kunstmatig wordt verlengd. Ik zie dit als een aantasting van het grondrecht op leven.
Sterven is niet het tegendeel van leven. Sterven is een onverbrekelijk met het leven verbonden onderdeel van het leven. Ieder mens heeft recht op een zo natuurlijk en menswaardig mogelijk leven en - daarvan onderdeel uitmakend - een zo natuurlijk en menswaardig mogelijk levenseinde. Het is de verantwoordelijkheid van artsen en zorgverleners om bij beslissingen over medisch ingrijpen en zorgverlening rond het levenseinde ervoor te waken dat het grondrecht op leven in deze zin wordt gerespecteerd. Ieder moment dat de arts een levensverlengende behandeling voortzet, zal hij zich moeten afvragen of hij daarmee de belangen van de patiënt nog goed behartigt. Hoe lang de arts met een ingezette levensverlengende behandeling voortgaat is afhankelijk van diens persoonlijke moreel- en verantwoordelijkheidsgevoel.
Er is een tendens gewetensbeslissingen te vervangen door gedragsregels en protocollen. Subjectiviteit wordt daarmee vervangen door objectieve regels. Deze tendens maakt de arts gemaakt steeds meer tot robot zonder verantwoordelijkheidsgevoel. Persoonlijke verantwoordelijkheid kan niet door regels worden vervangen. Regels en protocollen die dat beogen tasten de waardigheid van het beroep van arts tot in de kern aan.
Passieve euthanasie is een daad die de grondrechten van de patiënt respecteert en die daarmee van groot respect kan getuigen voor de patiënt en voor diens natuurlijke levensloop.

 

T E R U G   N A A R   O V E R Z I C H T   P U B L I C A T I E S

 

EVENWICHT TUSSEN GEVOEL EN VERSTAND

Een effectieve management tool

Gepubliceerd in:
SOURCE, maart/april 1998, nr.2, p.56-58


Conflicten zijn symptomen, die zich voordoen als gevoel en verstand structureel uit balans zijn geraakt.
Het is een nooit ophoudende opgaaf voor iedere organisatie om evenwicht te brengen tussen het 'gevoel' van de organisatie (o.m. bedrijfscultuur) en het 'verstand' (de zakelijke kant). Het 'verstand' moet zich daarbij richten op het 'gevoel', alleen dan kan er evenwicht ontstaan.
Gedegen rationele onderbouwing - speciaal bij vanuit gevoel genomen (beleids)beslissingen - is belangrijk om dit evenwicht te vinden. Daarnaast moet bereidheid bestaan om het beleid bij te stellen voor zover blijkt dat beleid niet evenwichtig zakelijk (rationeel) kan worden onderbouwd.
Naar mate gevoelens hoger oplopen is rationaliteit verder te zoeken.
Iemand die met zijn verstand probeert zijn gevoel te veranderen, forceert zich en komt onecht, dus niet betrouwbaar, over.

Balans is: verstandig voelen en gevoelvol denken.

 

T E R U G   N A A R   O V E R Z I C H T   P U B L I C A T I E S

 

INTERVIEW van Connie Veul met A.F. de Savornin Lohman

Gepubliceerd in:
Personeels Management nr.12, december 1997


HR-managers zijn er zowel voor de directie als voor het personeel. Bij ontslagkwesties is de HR-manager tegenstander van de werknemer. Dit dualisme is kenmerkend knelpunt in de functie van de HR-manager. Vooral bij ontslagzaken kan bij HR-managers de verleiding groot zijn om 'tassendrager' te worden van de directie. Dan verliest hij de eigen verantwoordelijkheid uit het oog. Tevens verliest hij het vertrouwen van het personeel.
Een goede HR-manager staat zowel jegens de directie als jegens het personeel in voor een evenwichtig HR-beleid. Hij ontraadt de directie beleid waar hij niet achter kan staan en werkt daar niet aan mee.
Bij dit HR-beleid zal de HR-manager steeds zowel de directie als de werknemers recht in de ogen kunnen kijken. Dergelijk beleid schept vertrouwen en respect bij het eigen personeel. Ontslagzaken worden dan op een correcte, respectvolle wijze afgehandeld. Gouden handdrukken rijzen dan niet de pan uit.

 

T E R U G   N A A R   O V E R Z I C H T   P U B L I C A T I E S

 

INTERVIEW van Folkert Schram de Jong met A.F. de Savornin Lohman

Advocatuur met een nieuwe filosofie

Gepubliceerd in:
Juncto, juni 1997


Conflicten bestaan voor een groot deel uit emoties. Een advocaat laat die kant vaak buiten beschouwing en richt zich puur op juridische kanten. Ik koppel het juridische niet los van het emotionele. Ik sla er juist een brug tussen. Op deze manier los je conflicten fundamenteel op. Rechterlijke procedures kosten veel tijd, energie en geld. Ze lossen alleen het juridische probleem op. Dan blijkt achteraf dat de emotionele ballast niet verdwenen is maar vaak zelfs ernstiger is geworden. Het werkt veel sneller en efficiënter als je werkt vanuit de brug tussen het juridische (zakelijke) en het emotionele. Je hebt dan meestal de rechter niet meer nodig.
Met conflicten kun je zo omgaan dat ze een uitdaging worden. Daarom zijn negentig procent van alle 'conflicten' gezond. Conflicten stellen je in staat om de top van je mogelijkheden te bereiken. Het recht is daarbij het een fantastisch stuk gereedschap. Het is een ordenend principe, dat structuur brengt in de chaos van het conflict.
Respect is voor mij een essentiële voorwaarde voor het goed oplossen van conflicten. Advocaten laten zich te gemakkelijk gebruiken door de cliënt om een tegenpartij ëuit te kleden'. Dan zijn conflicten spelletjes geworden die niets meer te maken hebben met rechtvaardigheid en respect. Dat lost conflicten niet op en leidt niet tot duurzame oplossingen. Ik heb daar een heel ander antwoord op ontwikkeld.

 

T E R U G   N A A R   O V E R Z I C H T   P U B L I C A T I E S

 

LA DISPARITION DU MONOPOLE MEDICALE

La législation du droit à exercise par les non-médecins aux Pays-Bas

Gepubliceerd in:
Aesculape, Mars-Avril 1997, No 5, Revue Internationale des Médecines non Conventionelles


Sedert 1865 tot 1997 geldt in Nederland een artsenmonopolie. De gezondheidszorg was in die periode uitsluitend aan universitair gevormde artsen toevertrouwd. Niettemin zijn er meer dan 14.000 niet universitair gevormde therapeuten in Nederland werkzaam in de alternatieve gezondheidszorg. Ze zijn formeel strafbaar wegens onbevoegd uitoefenen van de geneeskunst, maar rechters blijken niet of nauwelijks bereid onbevoegde heelmeesters te bestraffen.
De bedoeling van het artsenmonopolie, om praktijken van niet academisch gevormde heelmeesters uit te roeien, is mislukt. Met de Wet voor de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), die eind 1997 in werking is getreden wordt het artsenmonopolie afgeschaft en zijn beroepsbeoefenaars uit het alternatieve veld niet meer strafbaar.
Voor hen geldt een strafbepaling. Het verrichten van handelingen, die zonder noodzaak schade veroorzaken aan de gezondheid van een ander, of die een aanmerkelijke kans op schade veroorzaken aan de gezondheid van een ander, is verboden en strafbaar geworden. Deze strafbepaling kan een risico gaan vormen voor de niet erkende therapeuten.

 

T E R U G   N A A R   O V E R Z I C H T   P U B L I C A T I E S

 

PILLEN ZIJN SPEELBAL BOTSENDE PRINCIPES

Gepubliceerd in:
NRC Handelsblad, zaterdag 28 december 1996


Van elk geneesmiddel moet de werkzaamheid wetenschappelijk bewezen zijn. Anders mag het niet geproduceerd en verhandeld worden. Daartegenover is het recht van de patiënt erkend op vrije keuze van geneesmiddelen. Hij moet die geneesmiddelen kunnen verkrijgen die hij voor zijn gezondheid nodig heeft.
Deze uitgangspunten botsen met elkaar. De geneesmiddelenvoorziening is speelbal van deze botsende principes.
Tot nog toe zijn homeopatische en antroposofische geneesmiddelen vrijgesteld van het 'werkzaamheidsbewijs'. Dat is nodig omdat de werkzaamheid van die geneesmiddelen niet wetenschappelijk vast te stellen is volgens de in de wet voorgeschreven methodiek van dubbelblindonderzoeken. Die onderzoeksmethode is niet geschikt voor deze geneesmiddelen (en andere alternatieve geneesmiddelen).
Vanaf 1 januari 1997 is daar verandering in gekomen. Voor antroposofische geneesmiddelen zullen de normale regels van het werkzaamheidsbewijs gaan gelden. De homeoptathische blijven buiten deze eis vallen. Antroposofische geneesmiddelen zullen dan - net als met veel andere alternatieve geneesmiddelen inmiddels is gebeurd - binnenkort van de markt moeten verdwijnen. Patiënten zullen dit mogelijk kunnen voorkomen op grond van hun recht op vrije keuze van geneesmiddelen.
De situatie rond antroposofische geneesmiddelen is de zoveelste aanwijzing dat de toelatingsvoorschriften voor geneesmiddelen aangepast moeten worden. Gewerkt moet worden, in navolging van Duitsland, aan voor verschillende soorten geneesmiddelen aangepaste toelatingscriteria. Daarmee kan op een gezonde wijze tegemoet worden gekomen aan het recht van de patiënt op vrije keuze van geneesmiddelen, zonder afbreuk te doen aan de bescherming van de patiënt tegen schadelijkheid voor de gezondheid.

 

T E R U G   N A A R   O V E R Z I C H T   P U B L I C A T I E S

 

MET HARDE SANCTIES MOET JE VOORZICHTIG ZIJN

Gepubliceerd in:
NRC Handelsblad, maandag 26 augustus 1996


De mogelijkheden voor uitkeringstrekkenden om in het arbeidsproces terug te keren vraagt om fundamentele herbezinning. Het geldende systeem dat inkomsten voor de volle honderd procent gekort worden op sociale-zekerheidsuitkeringen is dodelijk voor ieder initiatief tot herintreding. De wetgever dient de herintredingsmogelijkheden voor uitkeringsgerechtigden zoveel mogelijk barrièrevrij te maken. De bijstandsmoeder, die 8 uur per week gaat bijverdienen moet niet meer dan 1/5 deel van haar uitkering hoeven inleveren. Zwart werken door uitkeringsgerechtigden is vaak meer het gevolg van de extreme onvriendelijkheid van de sociale zekerheidswetgeving voor uitkeringstrekkenden die willen werken dan van een gebrek aan moraliteit bij deze uitkeringstrekkers. Als wetten goed in elkaar zitten en functioneel zijn, zullen mensen in beginsel geneigd zijn ze na te leven.
De op 1 augustus 1996 in werking getreden Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid wil door middel van een zeer stringent en dwingend sanctiebeleid het misbruik en oneigenlijk gebruik van de sociale zekerheidswetten bestrijden.
Het door middel van verscherping van sancties krampachtig vasthouden aan een wettelijk systeem dat niet meer past bij de eisen van deze tijd, is principieel onjuist. Verplicht voorgeschreven wettelijke sancties zullen in individuele gevallen onevenredig zwaar uitpakken.

 

T E R U G   N A A R   O V E R Z I C H T   P U B L I C A T I E S